Over de demografische groei in Nederland
Hoeveel inwoners telt Nederland en hoe snel groeit de bevolking? Dit dashboard toont de Nederlandse bevolkingsgroei op basis van CBS-maandcijfers: het aantal inwoners, de geboorten en sterfte, het migratiesaldo en de groei per provincie.
Wat betekenen deze cijfers?
De totale bevolkingsgroei bestaat uit twee onderdelen. De natuurlijke aanwas is het verschil tussen het aantal geboorten en het aantal sterfgevallen. Het migratiesaldo is het verschil tussen immigratie (mensen die zich vestigen) en emigratie (mensen die vertrekken). Samen bepalen ze of de bevolking toe- of afneemt. In Nederland is de migratie de afgelopen jaren de belangrijkste motor achter de groei, terwijl de natuurlijke aanwas richting nul beweegt doordat er bijna evenveel mensen overlijden als er geboren worden.
Vergrijzing en migratie
Nederland vergrijst: het aandeel ouderen neemt toe doordat mensen langer leven en er relatief minder kinderen worden geboren. Daardoor stijgt het aantal sterfgevallen geleidelijk en daalt de natuurlijke aanwas. Tegelijk zorgt internationale migratie voor de meeste bevolkingsgroei. Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de zorg en de pensioenen.
Verschillen per provincie
De groei is niet gelijk verdeeld. Provincies in en rond de Randstad — zoals Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland — groeien doorgaans het hardst door werkgelegenheid en migratie. Sommige krimpregio's aan de randen van het land kennen juist een stabiele of dalende bevolking. De provincie-uitsplitsing in dit dashboard laat zien waar de groei plaatsvindt.
De cijfers achter de groei (2020–2026)
Nederland telde eind april 2026 ruim 18,1 miljoen inwoners (18.147.273). De groei is de afgelopen jaren vrijwel volledig op het conto van migratie te schrijven. In de laatste twaalf maanden groeide de bevolking met ongeveer 75.000 mensen, terwijl het migratiesaldo over diezelfde periode rond de +81.000 lag. De natuurlijke aanwas was juist negatief met circa −5.800: er overleden meer mensen dan er kinderen werden geboren.
Die kentering is geen incident. In 2021 was de natuurlijke aanwas nog positief (+8.469), maar sinds 2022 is dat saldo elk jaar negatief: −2.608 in 2022, −5.034 in 2023, −6.022 in 2024 en −7.475 in 2025. De totale bevolkingsgroei piekte in 2022 met liefst +220.619 inwoners — het jaar waarin de opvang van Oekraïense ontheemden het migratiesaldo opdreef tot +223.798. Daarna nam het tempo af: +131.651 in 2023, +101.085 in 2024 en +87.211 in 2025. Het inwonertal klom in die periode van 17,5 miljoen (eind 2020) naar ruim 18,1 miljoen.
De groei per provincie laat eenzelfde beeld zien. In de meest recente maand (april 2026) groeide Noord-Holland het hardst (+1.800 inwoners), gevolgd door Zuid-Holland (+1.487) en Noord-Brabant (+960). Groningen kromp als enige provincie licht met −161 inwoners. Daarmee bevestigen de cijfers dat de bevolkingsgroei zich vooral in en rond de Randstad concentreert, terwijl noordelijke regio's achterblijven.
Hoe gebruik je dit dashboard?
- Beleidsmakers en gemeenten gebruiken bevolkingsgroei voor planning van wonen, zorg en voorzieningen.
- Onderzoekers en studenten volgen geboorten, sterfte en migratie als kernindicatoren.
- Journalisten vinden hier herleidbare cijfers over de bevolkingsontwikkeling.
- Ondernemers peilen waar de bevolking — en dus de markt — groeit.
Veelgestelde vragen
Hoeveel inwoners heeft Nederland?
Het exacte aantal staat live bovenaan dit dashboard en wordt maandelijks door het CBS bijgewerkt. Nederland telt ruim 18 miljoen inwoners.
Wat is het migratiesaldo?
Het migratiesaldo is het verschil tussen immigratie en emigratie. Is het positief, dan komen er meer mensen bij dan er vertrekken.
Groeit de bevolking vooral door geboorten of migratie?
De afgelopen jaren komt het grootste deel van de groei door migratie. De natuurlijke aanwas (geboorten min sterfte) is klein en soms zelfs negatief.
De gegevens zijn afkomstig van CBS StatLine en worden ter informatie getoond. DataRadar.nl geeft geen advies. Controleer bij belangrijke beslissingen altijd de oorspronkelijke bron.